Politieke elite in paniek na moord van Gogh

Journalistiek niet in verwarring

et forum, dat het vierde Crea actualiteitencollege over journalistiek vormde, was het in meerderheid eens dat de journalistiek haar taak goed verrichtte na de moord op van Gogh. Volgens Sjoerd de Jong, commentator bij het NRC, waren de politieke en intellectuele elites in verwarring.

Het Studium Generale van de UvA organiseert in oktober en november een serie openbare actualiteiten colleges over de rol van de journalistiek. De vierde bijeenkomst van maandag 24 oktober stond, zo vlak voor de eerste verjaardag van de moord op Theo van Gogh, in het teken van de media reactie hierop.

De Nederlands-Marokkaanse inbreng kwam van Samira El Kandoussi, journaliste bij het Utrechts Nieuwsblad en NPS Kunststof. Volgens El Kandoussi waardde er na de moord een “Zwart Monster” door de media die riep: “Kies een kant”. Aangezien zij als nederlandse en marokkaanse en berberse en moslima en jonge vrouw zoveel kanten heeft wil zij niet kiezen. Zij heeft al deze persoonlijke kanten in zich en is daar heel gelukkig mee. Zij wil absoluut niet vereenzelvigd worden met een “Talibaba” die aan het moorden slaat.

Volgens Nico Haasbroek, de nestor journalist in het gezelschap, had de journalistiek zich gedragen zoals profesioneel verwacht kon worden. Wel is volgens hem duidelijk geworden dat de dialoog tussen de verschillende bevolkingsgroepen via de media op een veel slimmere manier gevoerd moet worden. Een voorbeeld dat tot veel inzicht leidt is bijvoorbeeld te reizen naar de landen van herkomst met de mensen zelf. Door hun ogen te kijken naar waar zij of hun ouders vandaan komen. Wat hij in het algemeen mistte in de media was een bredere wereldorientatie. Haasbroek vond wel dat de vrijheid van menigsuiting niet in gevaar moest komen. Submission moet gewoon vertoond kunnen worden, ook op het filmfestival in Rotterdam.

Volgens Sjoerd de Jong, politiek commentator en boeken lezer van het NRC- Handelsblad, hebben de kranten zich gedragen zoals kon worden verwacht. De Telegraaf emotioneler dan de Volkskrant en het NRC. Zij rapporteerden in hun eigen stijl wat er gebeurde. Het waren de politici die al snel in de overtreffende trap gingen praten. VVD leider van Aartsen zei in een eerste reactie bijvoorbeeld dat de moord hem deed denken aan “mei 40”. De moord vergelijken met de Duitse inval was niet juist. Hij creerde daarmee een ondergangsstemming. De kranten noteerden de opmerkingen van politici. Dat was hun taak en dat deden zij naar behoren, aldus de Jong.

Het is volgens de Jong wel zo dat de moord op van Gogh en nog meer die op Fortuyn een kentering in de nederlandse geschiedenis betekende. Voor de media betekent dit dat niet meer duidelijk is hoe een bepaalde toon ontvangen zal worden. Als voorbeeld haalde de Jong de bedreigingen aan NRC en Spunk columnniste Hasna El Marroudi aan. Haar column was bedoeld als satire en in ironische stijl geschreven, maar dit werd veel te serieus opgevat. Daarbij kwam dat er bij kranten, het NRC niet uitgezonderd, een enorme achterstand in kennis is over verschillende allochtone bevolkingsgroepen als Marokkanen en Turken.

Volgens Samira El Kandoussi willen redacties wel iets aan minderheden doen, maar dan willen zij een botsing zien tussen culturen, of tussen hoofddoekmeisjes en vrijzinnige jonge vrouwen.

Dit wierp de vraag op of journalisten niet juist moeten zoeken naar tegenstellingen. Volgens de Jong is dit het gevolg van het “format” denken, vooral bij de tv. Men gaat erop uit om even een “itempje” te maken en haalt twee tegengestelde multi culties bijelkaar, plakt het aan elkaar en klaar is kees, met als resultaat dat er een vertekend beeld ontstaat.

Volgens hoogleraar de Vree spelen nog andere elementen een rol. Er wordt in de media heel makkelijk gegeneraliseerd. Hele bevolkingsgroepen worden verantwoordelijk gehouden en over één kam geschoren. Daarbij komt dat redacties heel eenzijdig uit witte mensen zijn samengesteld. Haasbroek constateerde dit ook bij het NOS Journaal, waar hij een tijd hoofdredacteur was. Allochtonen worden aangenomen als excuus, of om het effectbejag, maar een enkeling in de redactie heeft geen zin. Die vertrekken al vrij snel uit zichzelf. In Rotterdam liet hij hen in zijn café aan het woord. Dat leverde een totaal andere journalistieke agenda op.

Journalist: Sensatie jager of Schoolmeester?

De voorzitster Joke Hermes probeerde de discussie te leiden naar concrete gevolgen voor de journalistiek. Volgens De Vree is de journalistiek al sinds Zola, New Journalism en Civic Journalism continue in verandering. Het meninkjes verzamelen op straat is ook niet de oplossing. Hij ziet meer in reflexieve journalistiek die dingen uitlegt. Volgens de Jong is er een toename van de lotgenoten journalistiek. Iedere lotgenoot herkent zich in een verhaal, dat zegt: “Welkom in het gesticht Nederland”. Volgens de Jong worden verhalen waarin de wereld wordt uitgelegd veel minder geschreven.

De slot vraag was: Wat kan de journalist van de toekomst?

Volgens Samira El Kandoussi zien minderheidsgroepen zoveel cliché beelden waarin zij zich niet herkennen, dat het moeilijk zal zijn voor de media om het vertrouwen van hen terug te winnen. Sjoerd de Jong meent dat er aan goede beta´s veel behoefte is en volgens Nico Haasbroek moet de journalist van de toekomst niet te snel oordelen, enthousiast, slim en origineel zijn. Waarmee we toch weer terug bij af zijn.

In november komen Srebrenica, politie en misdaad en de blik van vreemdelingen op nederland nog ter sprake.

Daan Diederiks 0 

No comments yet.

Leave a Reply