Bicker

Updated Net Print, October 20 2004

“Daar sta ik nu, ik Carel Faber. Het is 20 November 1795 en straks leg ik eindelijk de eed af. Straks, nog twee voor mij… dan ben ik poorter van Amsterdam.

Dan dien ik eindelijk onder de grote Capitein Bicker. De man die onze belangen zo goed verdedigt. Wat wil je, zijn hele familie zit in den handel. Volgens mijn schoonvader is aansluiten bij zijn partij het best in ons belang.

Al die huidige onrust is niet goed voor de handel. Ik heb steeds minder te verschepen. De kades staan vaak akelig leeg. Mijn schoonvader kan het weten. Ook hij is Poorter en staat Bicker in raad en daad bij. Op de beurs zijn ze veelal samen te vinden en ondanks dat ik schoonzoon ben krijg ik niet veel te horen. Dan liever zoon ja, zoals Daniel, die kreeg het met de paplepel in gegoten.

Oranje is verdreven. Zonder vorst zullen we het moeten doen. Zal dat gaan? Mag ik nog twijfelen als ik straks een ingezworene ben?

Wij volgen de grote Revolutie uit Parijs.

Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap… wat een prachtige woorden. Zouden we een republiek krijgen naar deze nieuwe inzichten?

Oh, nu ben ik….

“Uw naam is Carel Faber?”

“Ja, weledele heer”

“Gy zweert, dat gy, erkennende de Vryheid en Gelykheid en de verdere Rechten van den Mensch en Burger, zodanig die by Proclamatie der Provisoneele Representanten van het Volk van Holland in dato 31 January 1795 zyn verklaard, als Burger deezer Stad, u voortaan naar die beginselen in alle opzigten zult gedraagen, Uwe Vertegenwoordigers en Bestuurders in der tyd tot de handhaving en bevestiging der Wetten daar op gegrond behulpzaam zyn: dezelve voor de kwaade aanslagen tegen deezer stede welzyn zult waarschouwen, den algemeene welvaart naar uw vermogen helpen bevorderen, en voorts alles doen en laten zult, wat de pligt van een Goed Burger van u vorderen zal.”

“Dat zweer ik” zei nu Carel veel te zacht en hij herhaalde het nog maar eens.

Nadat hij weer in de rij stond spinden zijn gedachten verder.

“Politiek is het een rommeltje. Er zijn democraten, Jacobijnen zoals Bicker ze noemt en wij de Girondijnen. De Democraten willen de macht van de regenten afpakken. De Regenten die de baantjes en de macht onderling verdelen, die zo tegen de Edelen aanschurken dat het genant wordt.

En dan zijn er mannen als Bicker en mijn Schoonvader. Rijk, slim en veel politieke en handels contacten, die de nieuwe ideeen wel voorstaan, maar geen vertrouwen hebben in het grauw dat zich alsmaar opdringt.

Ja… wat moet je daar ook mee, …. Ongeletterden in vodden…

Oh… het zweren is eindelijk voorbij… Ik krijg een hele droge keel… Ah… daar gaat Bicker zelf spreken…”

“Beste Poorters,

Van vandaag is onze aanhang met uzelven vermenigvuldigd. (Veel gejoel)

Voor onze stad, voor onze handel is dit van groot belang. (gejoel)

De tijden van de grote Republiek zullen weldra weer terugkeren.(gejoel)

Met behulp van de meest vooruitstrevende natie Frankrijk, onze bondgenoot in wapenen en ideeen, zullen wij een ware Bataafse Republiek opbouwen. (gejoel)

Zojuist zijn in ‘s Gravenhage de onderhandelingen over ener constitutie hervat.

De belangen van Amsterdam mogen niet misverstaan worden. (Gejoel)

Met uw belangen in gedachten zullen wij met een voor Amsterdam rechtvaardige Grondwet thuiskomen. (gejoel)

Laten wij toosten op de Revolutie, op Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. ”

Een oorverdovend gejuich barste los en eenieder omhelsde elkander innig om zich weldra op de greedstaande genever, haring, oesters en mosseltjes te storten.

Daan Diederiks  0 

No comments yet.

Leave a Reply