Van de Eindredacteur

Updated Net Print, October 20 2004

Het spellingsdebat drong langzaam door tot de redactielokalen van The Amsterdam Post. Nu wil men zich er niet op bogen enige deskundigheid te hebben. Aan spelling doet men niet zoveel ter redactie van The Post. Het toeval wil dat de geachte redacteuren allen in de zestiger jaren de lagereschool doorliepen. Toen dit feit in al zijn enormiteiten tot een wat oudere collega doordrong riep zij met een mengeling van wanhoop en vermaak uit, “dit verklaart alles”.

Ter redactie vervolgde men de redactionele werkzaamheden, zwijgend en vol schaamtegevoel over het ongelukkige lot geboren te zijn. Twijfel en angst groeiden uit tot een traag vormende paddestoel in het tere en verweekte brein der verlorenen.

Het moment kwam waarop ik het als taak van de eindredacteur zag de kwestie te berde te brengen. Achteloos wierp ik de uitpuilende map met commentaren te midden van de spellings- analfabeten en verzocht de hoofdredacteur om de uitgever te verzoeken de nieuwe spellingsboekjes aan te schaffen.

Er werd een leespauze ingelast. De één las een technisch artikel en zat al dra met de handen in het haar, een ander rolde verveeld het één of ander en de hoofdredacteur begon te schudden en zuchten en scande hooguit de betogen. Met zijn geoefende oog voor rebelse citaten had hij juist die gevonden die ik zo graag in het zwart had willen wegstrepen. Alles was verloren. Hij las:

” De hele nieuwe spelling is namelijk een cocktail van broddelwerk en volksverlakkerij (dat laatste vooral om het eerste te verhelen). Liesbeth Koenen, Handelsblad.”

En hij keek triomfantelijk om zich heen. Hij had de kortste uitweg uit het hele debat gekozen. De nog steeds draaiende verslaggever die ook wel bekend stond als ‘de jurist’ merkte op dat de staatssecretaris in deze kwestie alleen tot zijn ambtenaren sprak.

“Het copyright op de Nederlandse taal berust niet bij de Staat. Het zijn de ambtenaren en onze dierbare kinderen die aan dergelijke staatsdictaten ten onder gaan. Wij zijn volstrekt vrij om ‘luis’ in plaats van ‘Nuis te schrijven, mocht dit dezelfde betekenis hebben.”

De hoofdredacteur haalde er maar even één van zijn werken bij en begon te schmieren:

“de omgangstaal degradeert van dag tot dag tot een droog jargon van technici en journalisten; en het gedicht wordt, aan het andere uiterste, een oefening in zelfmoord. We zijn aangekomen bij het eindpunt van een proces dat begonnen is bij het gloren van de moderne tijd.”

En met een van eerbied doordrenkte stem voegde hij er na een korte stilte aan toe: “Octavio Paz”, alsof hij het over een Keizer had!

De relevantie van het geleerde citaat ontging de redactie, waarop de hoofdredacteur sprak over de middel- eeuwen met z’n dialecten en woeste taal avonturen, over de industrialisatie, nationalisatie en het monopoliseren van de taal door rationeel opererende staten, met als toppunt de Franse revolutie, waarmee de taal unificatie pas echt serieus aangepakt werd.

“De revolutionairen van 1789 vreesden dat hun revolutie vast zou lopen in modderpoelen van dialecten. En zo zijn alle afgedwongen taal aanpassingen een uiting van de wens de onderdanige mens in het staats- keurslijf te dwingen.” Zo die zat, maar het was kennelijk nog niet genoeg.

“Als authentieke taal- gebruiker behoor je dus eigenlijk anti- revolutionair te zijn.”

Nu viel er een stilte. Deze op hol geslagen conclusie kon de hoofdredacteur toch niet menen. Als er iemand op de redactie de mond vol had van Revolutie, dan was het wel… de uitgever, die op dat moment binnenkwam en met grote verbazing vroeg:

“Wie behoort er hier anti- revolutionair te zijn?”

Na de stilte legde ik hem het dilemma uit, waarop hij opnieuw, maar nu ongeduldig vroeg:

” Maar wie behoort er hier anti- revolutionair te zijn?”

“De authentieke taal- gebruiker”, zei de hoofdredacteur ferm.

Waarop de uitgever in grote woede ontstak.

“De Authentieke Taalgebruiker… Wat is dat nu weer? De holenmens zul je bedoelen… Woe..Woe..Woe..”, blafte hij naar de hoofdredacteur, die bleek van schrik in zijn stoel kroop en meer weg had van een van fraude verdachte politicus dan van een anti- revolutionair.

De uitgever was wat tot bedaren gekomen en sprak op docerende toon.

“We maken hier een krant die moet verkopen, dus wil ik geen woeste taal- experimenten, maar saaie, gedegen artikelen die het wereldbeeld van onze lezers niet op hol doet slaan. Onze oplage moet groeien, want groei is werk, groei is geld. En als jullie zonodig Authentiek willen zijn, laat dan krom Nederlands achterwege en citeer gewoon in het engels of het Frans of zo… , maar houdt op met dat anti- revolutionaire gedoe!”

Met deze woorden smeet hij de deur achter zich dicht en liet de redactie in vertwijfeling achter. Hij deed niet aan onthaasting.

De hoofdredacteur zat ondertussen begrijpend te knikken. Zijn ontzag voor lessen in bedrijfsvoering was enorm. Als eerste had hij zich van de schrik hersteld, stond op, veegde de map van tafel en zei:

“Jullie hebben het gehoord,…Au boulot.” En hij liep naar zijn hok.

Bij de deur draaide hij zich om en richtte zich tot mij;

“En jij zorgt als de wiedeweerga voor die nieuwe spellingsrommel.”

“A man of principle”, dacht ik nog, maar ach, hij is geen uitzondering.

“In the game of wealth and power editors-in-chief in the end always act as caddies”, zei eens een ooit bekende Lord in hoge positie.

Daan Diederiks 0 

No comments yet.

Leave a Reply