De Informatie Revolutie

Het klassieke en dominante economisch denken gaat er vanuit dat de productie van tastbare goederen de belangrijkste bron van economische groei en welvaart is.

Om deze reden mist de macro- economische analyse de belangrijkste economische trend:

De gevolgen van Informatie Technologie op productiviteit en werkgelegenheid, aldus Charles Goldfinger in The Wallstreet Journal Europe van 25 feb.’95.

Volgens Goldfinger is een nieuw economisch paradigma noodzakelijk. Het begrip ‘diensten economie’ is hiervoor te beperkt. Omdat de belangrijkste bron van welvaart in de ontwikkelde economiën niet meer de productie van tastbare goederen be-treft, maar het scheppen en hanteren van onstoffelijke zaken, stelt hij het begrip ‘economie van het ontastbare-‘ voor.

Ontastbare stromen als finance, beelden, data en berichten zijn de bloedvaten van de internationale economie. Goldfinger onderscheidt een aantal verschijningsvormen.

Ontastbare Assets als naamsbekendheid etc. en Ontastbare Menselijke Maaksels als audiovisuele media, entertainment, kennis, vrijetijd en finance.

De multimedia en informatie technieken hebben de inhoud van producten, diensten en kennis losgemaakt van de fysieke verschijningsvormen.

Er ontstaat de logica van de- materialisatie, het proces waarmee productie en consumptie zich van het tastbare afkeren. De ongrijpbare goederen negeren geografische en tastbare grenzen. De ontastbare menselijke maaksels kunnen onbeperkt gekopieerd en opgeslagen worden, waarna nieuwe menselijke bewerkingen weer een nieuw en verhandelbaar maaksel opleveren.

Daarmee wordt, volgens Goldfinger, de ontastbare economie niet voortgedreven door schaarste, zoals de klassieke economie het beschouwt, maar door een overvloedige hoeveelheid. De steeds toenemende productie capaciteit en het achterblijvende vermogen van consumenten het aanbod te absorberen leidt tot een vecht economie waar succes de uitzondering zal zijn.

Deze steeds sterker wordende economische trend vraagt om aanpassingen van bedrijfsstrategi‰n, van organisaties en van het economische beleid van overheden.

De politiek beschouwde vroeger de ontastbare economie als marginaal maar politiek belangrijk. Geldhandel, media en telecommunicatie werden stringend geregeld. De open ontastbare economie staat dat niet meer toe, met als gevolg dat op die terreinen flink gedereguleerd wordt. Hierbij ontstaat, volgens Goldfinger, een groot gevaar.

Met de vorming van de Informatie Snelweg moet de blik opnieuw op concentraties en monopolies gericht worden. Bij de productie van tastbare goederen leidt monopolie vorming tot economische inefficientie, met als gevolg verlies van welvaart. Maar in de Informatie Maatschappij schuilt het gevaar dat monopolies zich ontfermen over beelden, ideeën en kennis. En dit gevaar bedreigt de vrije samenleving, want de monopolist kan bepalen welke beelden, idee‰n en kennis toelaatbaar en transportabel zijn door verbod of door een hoge prijs.

Om dit te omzeilen is er verscheidenheid nodig en die krijg je door competitie en een stringent mededingings beleid. Competititie op de Informatie Markt moet kleinschalig zijn. Dit garandeerd een grote verscheidenheid, lage prijzen voor diensten en voor ‘ontastbare’ consumptie en schept flexibele werkgelegenheid op menselijke maat. Omdat het ‘ontastbare’ aanbod groot zal zijn en de vraag kleiner leidt dit tot een vechteconomie waar falen de regel zal zijn en succes de uitzondering. De Informatie Markt leidt tot steeds meer specialismen, specialismen waar bedrijven en overheden niet continue behoefte aan hebben, maar op freelance basis wel. In zo’n economisch bestel is het nodig iedereen een inkomen te geven als basis, waar bovenop eenieder kan opereren.

Het traditionele sociaal- democratisch economisch denken is altijd gericht geweest op de tastbare productie. Het verbeteren van werktijden, lonen, ontslagrecht, het garanderen van een inkomen na ontslag en het in gemeenschapshanden geven van nutsbedrijven, die staatsmonopolisten werden. Om aansluiting te vinden bij de open wereld economie is het essentieel de staatsmonopolies op verschillende terreinen, zoals de telecommunicatie, op te geven. Om het individu tegen de macht van grote kapitaal intensieve bedrijven te beschermen komen een nieuwe reeks zaken op de politieke agenda. De belangrijkste zijn;1) privacy bescherming, 2) herziening intellectuele eigendom, 3) de toegankelijkheid tot de (Informatie) markt, 4) het inpassen van freelance arbeid op grote schaal, 5) permanente educatie en 6) het garanderen van een basis bestaan waarop het individu flexibel kan opereren. Het uiteindelijke doel is een open en vrije samenleving waarin iedereen in gelijkwaardigheid samenleeft. Vrijheid(economische-) in de moderne samenleving is niet meer Onafhankelijkheid, maar moet gezien worden als kontrole van het individu over datgene waar hij/zij afhankelijk van is (C.Wright Mills, Power, Politics & People,p.191).

Met de opkomst van de Informatie Markt en de zich daarbij ontwikkelende vechteconomie moet er een maatschappelijk raamwerk komen dat het individu in staat stelt gekontroleerd te opereren binnen alle afhankelijkheden die ons omringen. De sociaal- democratie is ontstaan om de problemen die de Indu-stri‰le Revolutie bracht het hoofd te bieden. Nu staan we aan het begin van de Informatie Revolutie en zal de sociaal- democratie op de komende problemen en kansen een helder en samenhangend antwoord moeten vinden. Dat moet lukken.

Daan Diederiks

Eerder verschenen in Het Binnenblad in 1995, blad van PvdA Binnenstad Amsterdam 0 

No comments yet.

Leave a Reply